Roofs 2019-06-12 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangenomen

Kwaliteitsborging

Op 14 mei nam de Eerste Kamer, na een lang en moeizaam traject, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aan. Deze heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteits­borgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. In dit artikel wordt een overzicht gegeven.

De wet is aangenomen met 42 stemmen voor en 33 tegen. Alleen het CDA, de ChristenUnie, de PVV en de SP stemden tegen. Verantwoordelijk minister Kajsa Ollongren (BZK) is tevreden: “Het is een belangrijk moment omdat na jaren debat er nu brede parlementaire steun is voor een nieuw stelsel. Daarmee krijgen consumenten het bouwwerk waar ze recht op hebben en kunnen veiligheidsincidenten beter worden voorkomen.”

Wat is de Wkb?

De Wkb heeft drie doelen: een verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit, een verbeterde positie van de consument, en het stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkosten­vermindering. Om dit te bewerkstelligen, is een stelsel ontwikkeld voor toetsing op relevante aspecten van kwaliteit van het eindproduct door een onafhankelijke marktpartij. Verder zal een verklaring van de kwaliteitsborger bij opleve­ring voorwaarde zijn voor ingebruikname en wordt een aantal wijzigingen in Burgerlijk Wetboek doorgevoerd.

Nadat de wet per 1 januari 2021 in werking is getreden, voert de gemeente geen technische toets aan het Bouwbesluit meer uit bij een aanvraag omgevingsvergun­ning. In plaats daarvan is er sprake van een privaat kwaliteits­bor­gingstraject waarbij aangetoond moet worden dat hetgeen is gebouwd ook daadwerkelijk voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. In de kern moet de bouwer (met onderaan­nemer en leveranciers) de kwaliteit van het bouwwerk ­aantonen middels een gebouwdossier. De kwaliteit wordt bewaakt en afgehecht door een onafhankelijke kwaliteitsborger, aan de hand van een kwaliteitsinstrument.

Tot de invoering van de wet in 2021 wordt met ongeveer 10% van de eenvoudigere bouwprojecten pilotprojecten gedaan. Als blijkt dat het stelsel onvoldoende werkt of de kosten te veel stijgen, dan kan de minister besluiten de wet (of onderdelen van de wet) alsnog niet in te laten gaan. Als de wet wel van kracht wordt, zal deze vooralsnog alleen voor eenvoudige bouwprojecten gelden. Op een later moment wordt beslist of de wet ook gaat gelden voor complexere bouwprojecten. De uitbreiding van de aansprakelijkheid geldt wel direct vanaf 2021 voor alle bouwprojecten in alle gevolgklassen.

Reden invoering

De toenemende complexiteit in de bouw maakt meer en beter toezicht noodzakelijk. Naast kwaliteit biedt de nieuwe werkwijze meer waarborgen voor de veiligheid. In plaats van de huidige, vaak papieren toets worden bouwers verplicht een onafhankelijke en gecertificeerde kwaliteitscontroleur in te schakelen. Ook wordt bij oplevering getoetst of het bouwwerk voldoet aan eisen van brandveiligheid, goede ventilatie en een laag energieverbruik. Voor de consumenten (en voor de particuliere en professionele opdrachtgevers) is van groot belang dat alles is uitgevoerd volgens de wettelijke bouwvoorschriften en gemaakte afspraken. Een publieke toelatingsorganisatie houdt toezicht op de werking van het stelsel.

Begin 2019 sloot minister Ollongren een bestuursakkoord met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), waardoor bij gemeenten en andere maatschappelijke partijen breed draagvlak ontstond voor de invoering van de nieuwe wet. Met dit akkoord zijn partijen het eens over de noodzaak van een nieuw stelsel van bouwtoezicht dat de bouwkwaliteit verhoogt, het aantal incidenten vermindert en de positie van de consument beschermt. Ook is overeenstemming over de voorwaarden waaronder de gemeenten in het nieuwe stelsel hun taken kunnen vervullen. Die kunnen blijven handhaven wanneer een aannemer zich niet aan de bouwvoorschriften houdt.

Het voorstel van het kabinet werd 21 februari 2017 in de Tweede Kamer met ruime meerderheid (110 stemmen) aangenomen. Het wetsvoorstel stuitte medio 2017 bij de behandeling in de Eerste Kamer op uitvoeringstechnische bezwaren. De senatoren wilden onder andere meer duidelijkheid over de informatiepositie van het gemeenten ten opzichte van de nieuwe kwaliteitscontroleurs. In afwachting van nadere afspraken met de VNG werd de behandeling van het wetsvoorstel toen aangehouden.

Bouwwereld overwegend positief

Nu de wet is aangenomen, wordt binnen de bouwwereld overwegend positief gereageerd. Bouwend Nederland vindt het een goede zaak dat er nu duidelijkheid is: gemeenten en markt hebben lang in onzekerheid gezeten. De organisatie gaat er werk van maken om de leden zo goed mogelijk voor te bereiden op het nieuwe stelsel. Bouwend Nederland gebruikt de periode tot invoering om de leden te informeren, te ondersteunen bij vragen en passende cursussen en tools aan te bieden via de Bouwend Nederland Academy.

De Aannemersfederatie Nederland (AFNL) vindt de wet niet perfect, maar staat wel al vanaf het moment dat de wet in beeld kwam achter de uitgangspunten van de Wkb: “De huidige situatie was niet houdbaar en vroeg om een oplossing,” stelt men in een persbericht. “De wet biedt de bonafide bouwbedrijven, die staan voor bouwkwaliteit, een kans om zich te onderscheiden. Het vakmanschap krijgt op die manier de waardering die het verdient. De Wkb kan op die manier bijdragen aan de bouwkwaliteit en verbetering van het imago van de bouw.”

Wel heeft de AFNL enkele kanttekeningen bij de wet. Door het recent gesloten bestuursakkoord tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG vreest AFNL dat gemeenten, net als voorheen, hun taak als toezicht­houder zullen blijven uitvoeren. Dat doet in de ogen van AFNL geen recht aan de uitgangspunten van het wetsvoorstel en kan leiden tot dubbel werk, onnodige kosten en onduidelijkheid ten aanzien van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Daarnaast heeft AFNL in de normcommissie al meermalen de zorg uitgesproken over de administratieve lasten die het consumentendossier met zich meebrengt. Het is van belang dat het dossier ook voor het MKB-bedrijf hanteerbaar is en blijft.

Labels