Roofs 2018-12-44 Het dak na sluitingstijd

Dagboek van een ‘dakboswachter’

Renée Rooijmans is stadsantropoloog bij STIPO en woont van juni tot en met december van dit jaar in een bouwkeet op het dak van de Hofbogen in ­Rotterdam. Zie ook het artikel ‘Met de seizoenen mee’ in Roofs augustus 2018. Zij houdt voor Roofs een dagboek bij over hoe het is om op het dak te wonen.

Het dak op de Hofbogen, de plek die ik voor een half jaar mijn thuis noem, is open toegankelijk voor bezoekers tussen 10 uur ‘s ochtends en zonsondergang. Een grote variëteit aan bezoekers maakt tijdens deze uren gebruik van het dak: van toevallige passanten tot buurtbewoners en van leerlingen van het nabijgelegen Grafisch Lyceum tot mensen die het dak in hun hardlooprondje meenemen. Maar in de avonden is het dak van mij.

Het einde van de dag heeft er voor mij een bijzondere betekenis bij gekregen. De zakkende zon markeert het moment waarop het dak gevoelsmatig verandert van publiek park tot mijn tuin. Ik durf bijna met zekerheid te zeggen dat ik de grootste tuin van alle bewoners in hartje Rotterdam heb: ruim 150 meter lang en 50 meter breed. Ik vraag me echter vaak af of ik er wel genoeg gebruik van maak, en het feit dat ik het dak enkel in de avonden helemaal voor mezelf heb, maakt dat ik ook al gelukkig ben met genieten van de plek in mijn eentje of met enkele vrienden.

In de zomermaanden werden de korte nachten aangekondigd door de krekels in de tuin en deelde ik nog tot laat het dak met de andere bezoekers. Vaak struinde ik dan nog een beetje rond op het dak, want het werd toen helemaal niet zo donker op het dak. Ik had het in eerste instantie veel ­donkerder verwacht. Het lijkt wel alsof het open karakter van dit dak en ook het feit dat het niet heel hoog ligt ervoor ­zorgen dat het door de gloed van de omliggende stad ­verlicht wordt. Dat het dak met de seizoenen meebeweegt, is misschien wel één van de redenen waarom ik hier nu woon: om dat aan den lijve te ondervinden. De herfst is zacht begonnen, maar nu het kouder is, zijn de nachten op het dak beduidend anders.

Inmiddels kom ik na mijn werk altijd thuis op een donker en ‘gesloten’ dak, omdat het met het ondergaan van de zon al dicht is. Waar in de zomer mijn leven zich voor zeker 85% buiten mijn huisje afspeelde, breng ik nu het grootste deel van mijn tijd thuis binnen door. Ik pluk nog steeds kruiden en groenten uit de tuin om heerlijk mee te koken, maar mijn maaltijden buiten eten zit er niet meer in. Het seizoen laat me wel inzien over wat publieke ruimte nodig heeft in de winter; meer warmte en licht of gewoon meer warm licht. Alleen op zondagavond staat op het dak de redelijk felle verlichting op het oude perron aan en zijn er drie oude treinspoorelementen in de tuin verlicht (zie foto’s). Volgens mij kunnen we onze steden in de winter een warmere sfeer geven door meer met de kleuren van het licht te spelen. Maar goed, terug naar de orde van de dag.

Een doorsnee ochtend op het dak. De regendruppels tegen de ramen, het ruisen van de bladeren van de populieren naast het dak, een vogel die op mijn dakje rond hopt, een trein in de nabije verte: allemaal geluiden die ik nu aan mijn gevoel van thuis kan verbinden. Het aanzetten van de verwarming en een lichtje is vervolgens het eerste wat ik doe. Om te plassen moet ik buitenom, dus daar heb ik in de ochtend wel even al mijn moed voor nodig. Eenmaal buiten, verbaas ik mij dan toch altijd weer over hoe fijn het is. De frisse buitenlucht lacht me elke dag tegemoet, soms donker en mistig, soms gevuld met druppels, soms helder en zonnig. De kleuren van de zonsopkomsten zijn ook elke dag anders en het Nederlandse onstuimige weer lijkt enkel te helpen met het vormen van dramatische taferelen in de lucht.

Zodra ik heb ontbeten met mijn dagelijkse portie warme havermout en me heb klaargemaakt voor de dag,
komt het moment dat ik het dak weer van iedereen maak door de hekken te openen. Benieuwd wie er die dag ­allemaal langskomen.

Renée Rooijmans

Labels