Roofs 2018-12-26 'Bitumenmarkt heeft het momentum mee'

Interview directeur en voorzitter ProBitumen Benelux

Per 1 januari 2019 fuseren de verenigingen voor fabrikanten van bitumineuze dakbanen Probasys Benelux en Bitubel. Hierdoor ontstaat een vereniging waarbinnen de zes belangrijkste producenten van deze producten zijn verenigd, die gezamenlijk zo’n 80% van de markt vormen: ProBitumen Benelux. Een interview met directeur Peter Ligthart en de nieuwe voorzitter Dirk Theuns.

De fusie werd op 13 november, tijdens het Probasys Benelux Management Symposium, bekend gemaakt. Zie voor een uitgebreid verslag van dit symposium elders in dit ­nummer. Peter Ligthart fungeert sinds 2016 als directeur van Probasys Benelux en zal die rol ook bij de nieuwe vereniging voortzetten. Dirk Theuns volgt per 1 januari Dick van der Bom op, die sinds 2001 als onafhankelijk voorzitter van de ­vereniging opereerde.

Cultuurverschillen

De Nederlandse branchevereniging had al ‘Benelux’ in de naam, waarom was er dan toch nog een fusie nodig om te komen tot een Benelux-organisatie? “In 2007 veran­derde de naam Probasys vanuit een interne motivatie in Probasys Benelux,” vertelt Ligthart. “Maar het is altijd een Nederlandse branchevereniging geweest. In België had men Bitubel, een vereniging met voor het grootste deel dezelfde leden, die met grofweg dezelfde onderwerpen te maken had. Onze leden zijn allemaal internationaal opererende fabrikanten. Vanuit het oogpunt van efficiëntie is er al langere tijd gesproken over een fusie. We zijn heel blij dat het nu zo ver is. De nieuwe vereniging zal de thema’s branchebreed oppakken en lokaal de vertaalslag maken. Want de Nederlandse en Belgische markt zijn en blijven nu eenmaal heel verschillend, met ieder een eigen regelgeving en cultuur.”

“Het cultuurverschil is evident en heeft te maken met de ­historie van beide landen,” aldus Theuns. “Waar Nederland altijd overwegend protestants is geweest, is België een ­katholiek land. Dat verschil werkt tot in de kleinste details door. Een grappig voorbeeld is dat in Nederland en België op een andere manier met regelgeving wordt omgegaan. Als een Nederlander een tuinhuisje bouwt dat niet aan de regelgeving voldoet, zal hij daar door zijn buurman op ­worden aangesproken. Een Belg zal het juist zien als een aanleiding om zelf óók creatief met de regels om te gaan. Als je het hebt over de bouwcultuur, is de positie van de architect natuurlijk het meest in het oog springend. De architect is in België het aanspreekpunt en de eindverantwoordelijke van het gebouw, hij fungeert als ‘bouwheer’. Daarom zullen in België niet zo snel andere producten worden toegepast dan de producten die worden voorgeschreven. Maar denk ook eens aan de taalbarrière: wij bedienen ook de Waalse en Luxemburgse markt, daarom is onze nieuwe website tweetalig.”

“In Nederland wordt er gewerkt aan de Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw,” vult Ligthart aan. “Hierbij komt de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat bij de aannemer te liggen. Maar het is een lang en moeizaam proces. De komende jaren zal het belang van kwaliteitscertificaten, zoals KOMO, alleen maar toenemen. We zien overigens nog steeds dat CE veelal wordt voorgesteld als keurmerk, maar dat is het nadrukkelijk niet: het is uitsluitend een label waarmee het op de Europese markt mag worden verhandeld.”

Dienstbaarheid

Dirk Theuns is door de leden gekozen als voorzitter, waardoor de vereniging een Nederlandse directeur en een Vlaamse voorzitter heeft. De voorzitter heeft een mandaat van twee jaar, daarna wordt door het bestuur bekeken of dit wordt ­verlengd of dat een nieuwe voorzitter wordt gekozen. Theuns: “Ik ken Dick van der Bom al een lange tijd en zie ernaar uit om hem in deze functie op te volgen. Ik vind de rol van voorzitter een dienstbare. De bitumenindustrie heeft mij in mijn leven veel gebracht. Ik zie mijn voorzitterschap van de branche­vereniging als een mogelijkheid om iets terug te doen.”

Theuns is geen onafhankelijk voorzitter, want hij is werkzaam bij één van de lidbedrijven (IKO Benelux). Hij zal daarom het voorzitterschap op een andere manier invullen dan zijn voorganger. Dat betekent in de praktijk dat het takenpakket van Ligthart is verzwaard en dat sommige taken door de betreffende commissieleden zullen worden uitgevoerd. Op deze manier verwacht men de diverse onderwerpen en thema’s die in de beide markten voor bitu­mineuze dakbanen spelen nog voort­varender op te kunnen pakken dan voorheen het geval was.

Commitment

Er spelen genoeg thema’s waar de branchevereniging mee aan de slag moet. Denk bijvoorbeeld aan de veranderende regelgeving op het gebied van kwaliteitsborging, luchtkwaliteit, circulariteit, etc. Onderwerpen die overigens al jaren op de agenda van beide verenigingen staan en waar al veel is bereikt. Wat dat betreft heeft de bitumenmarkt volgens Theuns het momentum mee. “Het commitment van de leden is momenteel 100%: de leden zien het gezamenlijke belang van een goed functionerende branchevereniging. Natuurlijk zijn de leden concurrenten en weten ze het spel ook hard te spelen als het moet. Maar binnen de vereniging staan de neuzen dezelfde kant op. Er wordt niet gestreden om hetzelfde stukje taart, maar er wordt op een goede manier samengewerkt om de taart groter te maken.”

“Wat dat betreft zit bitumen als dakbedekkingsmateriaal ­duidelijk weer in de lift,” aldus Ligthart. “Het marktaandeel van bitumen heeft zich al enige tijd geleden gestabiliseerd en laat nu weer een stijgende tendens in de markt van dak­bedekkingen zien. Opdrachtgevers zien weer meer de ­(bewezen) kwaliteit van bitumineuze dakbedekkingen. De groeiende aandacht voor gebruiksdaken en zonnedaken is in het voordeel van bitumen. Met een tweelaags, volledig verkleefd systeem wordt immers een zekere waterdichting bewerkstelligd met een lange levensduur en in veel gevallen bovendien een verzekerde garantie. Dit zijn allemaal belang­rijke argumenten om voor bitumen te kiezen. Bovendien bete­kent het materiaal milieutechnisch een goede keuze. ­Vanwege de lange levensduur en de ontwikkelingen op het gebied van circulariteit past het materiaal goed bij het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).”

De fusie tussen de twee brancheverenigingen stelt de markt kortom in staat nog efficiënter en slagvaardiger te opereren. Via dit platform zal men verder werken aan de versterking van de positie van bitumen op de dakenmarkt in de Benelux.

Labels