Roofs 2018-12-22 Probasys Benelux en Bitubel fuseren

Probasys Benelux Management Symposium 2018

Per 1 januari 2019 fuseren de brancheverenigingen Probasys Benelux en ­Bitubel tot één nieuwe vereniging voor de gehele Benelux. Tijdens het ­Probasys Benelux Management Symposium, op 14 november in De Mariënhof in Amersfoort, werd de nieuwe naam bekend gemaakt: ProBitumen Benelux.

Voor het derde achtereenvolgende jaar organiseerde ­Probasys Benelux, de branchevereniging voor producenten van bitumen dakbanen, het management symposium, ­waarbij de meest uiteenlopende actuele onderwerpen werden besproken. Aan het slot van het symposium werd ­ingegaan op de toekomst van de vereniging. Daarbij werd de fusie van de vereniging met de Belgische evenknie, ­Bitubel, bekendgemaakt. De fusie valt samen met het ­afscheid van voorzitter Dick van der Bom.

Nestor

Van der Bom werd tijdens het symposium warm toege­sproken door vice-voorzitter Leo Hoekstra, die hem als nestor en leermeester portretteerde. Van der Bom is al 47 jaar in de branche actief en gedurende 20 jaar ­voorzitter van de vereniging. Hij kwam in 1971 na zijn opleiding chemie als hoofd laboratorium te werken in de bitumineuze daken­branche. Vanaf dat eerste moment was hij lid van de technische ­commissie van Venedak, de voorganger van Probasys Benelux. Als directeur van Nebiprofa werd hij in 1998 voorzitter van Venedak. Na zijn afscheid van IKO (voorheen Nebiprofa), eind 2005, bleef hij op verzoek van de leden aan als onafhankelijk voorzitter. In die hoedanigheid heeft hij een groot aantal ontwikkelingen begeleid. Hoekstra memoreerde de ontwikkelingen van de bitumineuze dakbanen in de loop der jaren en de veranderende regelgeving (denk o.a. aan de NEN 6050).

Het afscheid van de vereniging betekent overigens geen afscheid van de branche. Van der Bom blijft namelijk aan als voorzitter van de Stichting Dak en Milieu en als voorzitter van DAKMERK. De leden van ProBitumen Benelux hebben Dirk Theuns gekozen als Van der Boms opvolger. Hij zal die taak vanaf 1 januari 2019 op zich nemen. Theuns gaf tijdens het symposium aan dat de fusie moet leiden tot meer daadkracht, onder andere door het delen van kennis. De meeste leden van beide verenigingen zijn al in beide landen actief op het gebied van bitumen dakbanen. Bovendien was een aantal leden al bij beide verenigingen lid. De vereniging wordt gevormd door de lokale werkmaatschappijen van De Boer Waterproofing, Icopal, IKO, Derbigum, Soprema en Wédéflex. Deze leden behoren tot de grootste spelers op het gebied van bitumen dakbanen en bedienen veruit het grootste deel van de Nederlandse en de Belgische markt.

De huidige directeur van Probasys Benelux, Peter Ligthart, wordt directeur van de nieuwe vereniging, die gevestigd zal zijn in Rotterdam. Hoewel de vereniging zich richt op meer uniformiteit in de gehele Benelux blijft er nadrukkelijk aandacht voor de lokale verschillen. De slogan ‘Hét dak is bitumen’, die voornamelijk door Bitubel werd gebruikt, zal ook in de toekomstige uitingen van ProBitumen worden gebruikt. Roofs publiceert elders in dit nummer een interview met Peter Ligthart en Dirk Theuns, waarin uitgebreider zal worden ingegaan op de visie en toekomst van de vereniging.

Identiteit van de materialen

Het symposium, dat onder leiding stond van Simone van Trier, besprak diverse actuele onderwerpen waar producenten van bitumineuze dakbedekkingen momenteel mee te maken hebben. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de circulaire economie en bitumenrecycling, dakgebruik en de veranderende regelgeving op het gebied van kwaliteitsborging. Vanzelfsprekend hangen de verschillende onderwerpen met elkaar samen.

Martijn Oostenrijk legde uit wat Madaster is en wat de uitgangspunten zijn. Madaster is een systematiek voor de ­(online) registratie van materialen die in een bouwwerk ­wor­den toegepast. Hij vatte de achterliggende gedachte als volgt samen: ‘afval is materiaal zonder identiteit’. ­ Wanneer je weet welke materialen, met welk ­eigenschappen, in een gebouw zijn toegepast, heb je daar in elke fase van het gebouw voordeel van, niet in de laatste plaats bij de sloop en mogelijke recycling van de materialen. Door de koppeling met diverse andere databases (waaronder de Nationale Milieudatabase en NIBE) wordt een compleet beeld van de eigenschappen en de levenscyclus van de materialen verkregen. Deze eigenschappen zijn vervolgens te vergelijken en financieel te indexeren.

Tijdens de discussie werd ook de vraag gesteld naar de ­invloed van de verwerking van de materialen. Oostenrijk ­benadrukte dat het voor hergebruik belangrijk is de materialen los van elkaar toe te passen. Paul Verkaik (BDA Opleidingen) signaleerde een spanningsveld met de geadviseerde ver­werking van dakmaterialen onder gebruiksdaken: daar wordt de dakbedekking immers bij voorkeur volledig verkleefd aangebracht om bij eventuele lekkage de locatie daarvan te kunnen bepalen.

Gerwin Lensink van RIR Nederland stelde op soms letterlijk onnavolgbare wijze dat bij het slopen van oude daken waarin asbest is aangetroffen geen gevaar bestaat voor het vrijkomen van asbestvezels en dat het dus in Risicoklasse 1 hoort. Dat betekent onder andere dat de dakdekker of sloopaannemer het zelf mag uitvoeren en dus veel lagere sloopkosten. Uit eigen onderzoek van Probasys Benelux blijkt dat in bitumen dakbanen voor zover bekend geen asbest is toegepast. Probasys Benelux heeft hierover een factsheet op de website gepubliceerd, zie ook het artikel ‘Bitumineuze daken van na 1985 niet asbestverdacht’ in Roofs januari 2018.

Beslissen in een ‘split second’

Onderzoeker Helen Toxopeus pakte het onderwerp van de gebruiks­daken op en besprak de financie­ringsmodellen van dit type daken. Zij signaleert namelijk dat de bereidheid om te investeren in bijvoorbeeld groendaken groter kan zijn. De traditionele argumenten om een groendak toe te passen (waterbuffering, luchtzuivering, ­biodiversiteit) zijn immers belangrijk voor de gemeenschap, maar de investeringen worden door individuele partijen ­gedaan. Het is wat veel gevraagd om deze investeringen enkel uit idealistische motieven te rechtvaardigen. Deze spanning werd in 1968 al door Garrett Hardin beschreven in het artikel ‘The tragedy of the commons’. Met behulp van een andere belangrijke denker, Nobelprijswinnaar Elinor ­Ostrom, formuleerde Toxopeus de voorwaarden waaronder de ­gemeenschap kan worden geactiveerd. Centraal hierin staat het inzetten van sociale netwerken en dan met name dat deel dat direct voordeel heeft bij de investering. Ook is het stellen van een concreet doel met een deadline van belang om dat deel van het netwerk aan te spreken.

John van der Graaf van Nieman Raadge­ven­de Adviseurs blikte tenslotte vooruit op de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw (WKB) en besprak de wet in samenhang met diverse andere relevante regelgevingsstelsels. Zo zal ­Bouwbesluit 2012 uiteindelijk opgaan in het ­Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). De regels van het ­Bouwbesluit 2012 zijn zoveel mogelijk ongewijzigd overgezet naar het Bbl. Het Bbl, dat in 2021 in werking zal treden, bevat verder regels die nu staan in:

  • de Woningwet;
  • het Besluit energieprestatie gebouwen;
  • het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval;
  • het Asbestverwijderingsbesluit 2005.

De middag werd afgesloten met een bevlogen presentatie van voormalig Formule 1-coureur Robert Doornbos. Hij viel in voor scheidsrechter Kevin Blom, die zou komen spreken over het beslissen in een split second. Dat geldt natuurlijk in minstens zo grote mate voor een rijden in de Formule 1 en Doornbos liet met behulp van indrukwekkende beelden vanuit de wagen van Max Verstappen zien wat dat inhoudt en waarom het besturen van een dergelijke wagen topsport is. Als mooie extra ging het stuur dat door Max Verstappen wordt gebruikt rond en na het symposium was Doornbos beschikbaar voor het maken van selfies. De derde editie van het Probasys Benelux Management Symposium was daardoor voor veel aanwezigen extra memorabel.

Labels