Roofs 2018-11-70 Pleidooi voor grootschalig testen

Special Brandveiligheid

Op 20 september vond op de Twente Safety Campus in Enschede de ­ zevende editie van het Kingspan Fire Seminar plaats. Ditmaal ging het over brandveilige gevels, onder het thema: ‘Brandveilige gevels: feit of fictie?’ Een thema dat aanleiding gaf voor pittige statements en discussies. ­Vanzelfsprekend is deze discussie ook relevant voor de dakenbranche, ­vandaar dat Roofs er hier in dit artikel wat uitgebreider op ingaat.

Het onderwerp is actueel vanwege de nasleep van de dra­ma­tische brand in de Grenfell Tower in Londen, op 14 juni 2017. Ook in Nederland is naar aanleiding van deze brand discussie ontstaan over de brandveiligheid van isolatiematerialen in gevel- en daktoepassingen. In het verlengde hiervan staan ook de regelgeving en de momenteel toegepaste testmethoden ter discussie. De stellingen die tijdens het seminar ­werden besproken, waren op deze discussies afgestemd. Niet helemaal onverwacht kon de openingsstelling die dagvoorzitter Frénk van der Linden poneerde, ‘De regelgeving in Nederland inzake brandveiligheid van gebouwen is goed geregeld’ op weinig bijval van de aanwezigen rekenen.

Daan Jansen, Senior Fire Safety Consultant bij Royal HaskoningDHV, ging hier als eerste spreker van de dag op in. “Het Bouwbesluit is een set doelvoorschriften en biedt zodoende veel vrijheid. Dat is goed, want daarmee krijg je diversiteit in gevels. Maar er zit ook een keerzijde aan. De regels bieden ruimte voor interpretatiemogelijkheden en dus onduidelijkheden.” Als oorzaak voor de speelruimte in de regelgeving noemde Jansen onder andere de invloed van belangengroepen: “Dat zorgt voor een spagaat in de regelgeving: concepten worden afgezwakt. Dat leidt ertoe, dat we keuzes maken waarvan we weten: ‘Dat kan beter’. Jansen stelde dat certificering niet heilig is: “De branche innoveert en nieuwe eisen en certificeringen worden dan getoetst aan een oude norm.” Is de brandveiligheid van gevels dan wel goed te regelen?” Jansen denkt van wel, mits het gezond verstand wordt gebruikt. Maar: “Er is helaas een gat tussen wat we weten en de praktijk.”

Een brand is dynamisch

De tweede spreker was Rudolf van Mierlo, Adviseur Brandveilig­heid bij DGMR. Hij kwam te spreken over de testmethoden, met name de SBI (Single Burning Item): “Een brandende prullenbak in de hoek van de kamer is vaak niet representatief voor een gevelbrand. De End Use, de uiteindelijke combinatie van materialen en hun wijze van aanbrengen in de praktijk, bepaalt de veiligheid. De brand­klasse van de gevel zou dus in zijn geheel beoordeeld ­moeten worden en niet op basis van de afzonderlijke componenten. De praktijk is echter dat we bij het testen en certificeren met de afzonderlijke componenten werken. Ik pleit ervoor om de brandveiligheid van gevels te bekijken als een risico in de context van de brandveiligheid van het hele gebouw. “

Volgens Van Mierlo is na de brand in Londen in de branche een groot gevoel van urgentie ontstaan: “Voor gevels zijn de huidige testen vaak niet representatief. De vraag is dus: hoeveel wil je investeren om de resterende risico’s te elimineren? Dat is een politiekmaatschappelijke beslissing en de grens is arbitrair. Testen op grote schaal is zinvol: verschillende toepassingen zorgen voor uiteenlopend brandgedrag, dat niet altijd in de kleinere wettelijke testmethoden tot uiting komt.”

Van Mierlo stelde verder dat de Wet Kwaliteitsborging in zijn huidige vorm niet gaat opleveren wat we ervan willen: “Mensen gaan de randjes opzoeken en het beoordelen van de kwaliteit wordt betaald door de te beoordelen partij. Dat is niet goed. Belangrijk is dat men nagaat of men de verantwoordelijkheid die men krijgt ook kan nemen. Als dat niet zo is, is het een kwestie van bijscholen en informatie inwinnen, want het ontbreekt in de praktijk te vaak aan voldoende kennis.”

Merlyn Forrer, Fire Protection Manager bij de Greater ­Manchester Fire & Rescue Service, ging in zijn lezing in op de urgentie van brandpreventie. Hij gaf de aanwezigen een introductie in de geschiedenis van de Engelse wetgeving op gebied van brandveiligheid, besprak de problemen rond aluminium composiet met een polyethyleen kern (ACM PE) en brak, met Grenfell in het achterhoofd, een lans voor grootschalig testen. Tevens hield hij een pleidooi voor een meer gelijkwaardige rol van de brandweer in de totstandkoming van brandveilige gebouwen. Net als Van Mierlo onderstreepte Forrer de dynamiek van branden in de praktijk: “Een brand is dynamisch en een interactie van producten. De regelgeving moet veranderen. Ik pleit voor ‘full scale testing’.”

Roy Weghorst van Kingspan gaf in aansluiting hierop een lezing over het belang van grootschalige systeemtesten: “We hebben bij een gevel te maken met systeemgedrag in plaats van materiaalgedrag. Het is belangrijk om diverse scenario’s te testen. Europa is momenteel bezig met het ­opstellen van grootschalige systeemtesten van gevels.”

Dilemma’s

Tijdens de afsluitende paneldiscussie wees Van Mierlo op het probleem van specifieker maken van de regelgeving: die wordt daardoor ingewikkelder, terwijl veel mensen de huidige regelgeving al niet snappen. Daarmee bereik je geen hoger veiligheidsniveau in de praktijk. Waar Forrer vond dat in de regelgeving hiaten zitten, stelde Weghorst dat het eerder om onduidelijkheden gaat dan om echte hiaten. Jansen constateerde een kennisgat: “Er is in Nederlandse ­opleidingen onvoldoende integratie tussen de regelgeving en de praktijk.” Weghorst onderstreepte het belang van ­transparantie. Van Mierlo deed hierop aansluitend een oproep aan de adviseurs in de branche: “Vraag het testrapport op bij de fabrikant. Wil die je dat niet geven? Kies een ander product!”

Labels