Roofs 2018-11-52 'Aanscherping brandtesten noodzakelijk'

Special Brandveiligheid

De huidige wettelijke eisen voor de brandveiligheid van gevels, en de ­bijbehorende testen, zijn ontoereikend. Dat is de conclusie van het ­Rondetafelgesprek in de Tweede Kamer dat op 6 september werd gehouden. De discussie ging over gevels, maar is vanzelfsprekend ook relevant voor de brandveiligheid van daken.

Aanleiding voor het Rondetafelgesprek is de brand van de Grenfell toren in Londen, vorig jaar juni waarbij 72 doden vielen. In de nasleep daarvan verzorgde televisieprogramma Zembla op 23 mei een utizending waarin werd gewaarschuwd voor de toepassing van ‘brandbare’ isolatiemate­rialen, iets dat door de grotere isolatievraag op steeds ­grotere schaal gebeurt. In de nasleep van de ramp in de Grenfell toren werden in Engeland, maar ook in andere landen, diverse gebouwen uit veiligheidsredenen gesloten. In Nederland gingen een gebouw van de Hogeschool Rotterdam en een ver­zorgingshuis in Nijmegen dicht. Het Rondetafelgesprek had tot doel in kaart te krijgen hoe gevaarlijk de situatie nu echt is.

Brandende prullenbak

De deelnemers aan het gesprek waren brandexperts, leveranciers van isolatie­materialen en verzekeraars. Zij ­dienden voorafgaand aan het gesprek zoge­heten ‘position papers’ in, waarin zij hun standpunt rond dit vraagstuk kort en bondig verwoordden. ­ Hieronder vindt u een samenvatting van de respectievelijke standpunten.

Het algemene beeld is, dat wordt ­getwijfeld aan het realiteitsgehalte van de verplichte brandtest waaraan gevels nu worden onderworpen. De single burning item-test (SBI) gaat uit van een brand in een prulllenbak in een hoek van een ruimte. De test dateert nog uit de tijd dat bouw- en brandveiligheidsexperts de overtuiging hadden dat een brand aan een gevel geen groot gevaar oplevert voor de bewoners in het gebouw, omdat er voldoende tijd overblijft om te vluchten. In de praktijk begint een brand vaak elders (denk aan containers aan de voet van gebouwen) en ontwikkelen zich in een hoger tempo en met een veel grotere hitte. Ook de overige omstandigheden zijn in de praktijk vaak heel anders dan in de gekunstelde situatie van het test­laboratorium. Bovendien wijkt de uiteindelijke opbouw van een gevelsysteem vaak ook nog af van wat er wordt getest en wordt er geen rekening gehouden met bijvoorbeeld kozijnaansluitingen. Ook houdt de regelgeving onvoldoende rekening met aanpassingen en verbouwingen die later plaatsvinden. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) pleitte daarom voor een aanscherping van het Bouwbesluit.

Het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) benadrukte echter dat het aantal slachtoffers als gevolg van een gevelbrand wereldwijd bijzonder laag is: in Nederland heeft zich dit nog niet voorgedaan. Het probleem van de gevelbranden moet dus in het juiste perspectief worden geplaatst.

Standpunten

MWA

De Mineral Wool Association Benelux (MWA) is het samenwerkingsverband van Nederlandse en Belgische producenten van minerale wol. MWA wijst op de brandeigenschappen van minerale wol: het is ‘onbrandbaar’ en zal ook geen warmte geleiden. De vereniging maakt een onderscheid tussen ‘actieve’ en ‘passieve’ brandbeveiliging in een gebouw. Actieve brandbeveiliging is bedoeld om in werking te treden bij het uitbreken van een brand, zoals bijvoorbeeld sprinkler­installaties. Passieve brandveiligheid betreft algemeen gesproken de structuur van het gebouw die gedurende een bepaalde (technisch berekende) tijd aan de brand moet kunnen weerstaan: “Bij de keuze van bouwmaterialen en hun toepassingswijze moet men zich twee vragen stellen: hoe reageren ze op een brand, en hoe brandbestendig zijn ze? Isolatiemateriaal dat is gemaakt van minerale wol is ingedeeld in de beste brandveiligheidsklasse, dat is Euroklasse A.

NVPU

De Nederlandse Vereniging van Polyurethaan Hardschuim-fabrikanten (NVPU) benadrukt dat Nederland tot één van de brandveiligste landen van Europa hoort. Uiteraard moet altijd worden gestreefd naar het optimaliseren van veiligheid. De brandveiligheid van een gebouw wordt bepaald door tal van factoren zoals vluchtroutes, compartimentering, brandoverslagvoorzieningen en ook de constructie. De brandeigenschappen van de constructie worden bepaald door het samenstel van de constructie en zijn niet terug te brengen tot een enkel materiaal zoals het soort isolatie. De suggestie dat keuzes op basis van de brand­klasse van isolatiematerialen een gebouw brandveiliger maakt, zou kunnen leiden tot een schijnveiligheid.

Stybenex

De vereniging van EPS-fabrikanten Stybenex noemt de brandtesten ‘solide’. De Nederlandse overheid stelt volgens de vereniging zeer strenge eisen aan de brandveiligheid van constructies en bouwmaterialen. Dat geldt ook voor isolatie­materialen. Alle in Nederland toegepaste isolatie, ook EPS, moet voldoen aan die strenge wettelijke eisen. In Nederland worden alle isolatiematerialen, waaronder EPS, aan zeer solide brandtesten onderworpen. Isolatie speelt volgens Stybenex een verwaarloosbare rol bij branden. In gevels zit het isolatiemateriaal immers tussen steen en cement. Bij een brand zal in eerste instantie de inventaris (gordijnen, houten kozijnen, meubilair etc.) branden en vervolgens brandt de constructie en uiteindelijk ook de isolatie. Isolatie moet altijd volgens de voorschriften worden toegepast. Dat geldt ook voor het onderhoud van gebouwen, inclusief het herstel van bijvoorbeeld beschadigde/doorboorde muren.

Nieman Raadgevende Ingenieurs

Inghenieursbureau Nieman stelt dat brandgevaarlijke gevel­platen niet bestaan: er zijn geen voorschriften op materiaal- of componentniveau in het Bouwbesluit, dat belemmert innovatie en discrimineert materialen. In het Bouwbesluit zijn dus alleen voorschriften op constructieniveau opgenomen. Brandgevaarlijke gevelconstructies bestaan daarentegen wel degelijk. Omdat de voorschriften van toepassing zijn op de totale gevelconstructie, kan niet worden gesteld dat een gevelconstructie die wordt afgewerkt met gevelplaten die voldoen aan de geëiste brandklasse zelf ook voldoet aan die brandklasse. Dit is onbekend bij veel partijen: vaak wordt niet verder gekeken dan de materiaallaag voor de gevelafwerking en wordt de invloed van de achterliggende constructie verwaarloosd. Om een goede risico-afweging te kunnen maken zijn doelvoorschriften nodig, waarin het geaccepteerde risico wordt gekwantificeerd. Dit is in lijn met de Eurocode, de Europese normen voor constructieve veiligheid.

Efectis Nederland

Test- en onderzoekslaboratorium Efectis Nederland benadrukt dat gebouwen aantoonbaar brandveilig moeten zijn en beveelt aan dat van het ontwerp, de uitvoering en de toe te passen constructies en materialen aantoonbaar gemaakt moet zijn dat aan de gestelde eisen voldaan wordt. De test­-methode(s) voor gevels moeten passen bij het scenario van een uitslaande brand tegen een gevel of een brandend voorwerp tegen een gevel. Materialen moeten in samengestelde constructies (zoals het daadwerkelijk toegepast wordt) getest worden. Toezicht en handhaving moet uitgevoerd worden door personen met (aantoonbare) kennis van zaken.

Verbond van Verzekeraars

Het Verbond van Verzekeraars heeft als aanbeveling dat brandveiligheid als uitgangspunt bij regelgeving zou ­moeten worden genomen, in plaats van alleen te kijken naar ­vluchtveiligheid. Binnen het Bouwbesluit moeten de brandbaarheid van een gebouw en de branduitbreidingskans, mede in relatie tot de brandbestrijding een belangrijkere rol krijgen. Op deze manier kunnen we niet alleen branden voorkomen, maar ook beter beheersbaar maken. Het Verbond raadt aan om normen te ontwikkelen voor het brandgedrag van gevelpanelen, die voorschrijven in welke verschillende samenstellingen de materialen getest ­worden. Hierbij moet worden gekeken of de isolatiematerialen de uitbreiding van een brand verergeren en hoe giftig en ­brandbaar de rook is die vrijkomt. De overheid zou op basis hiervan duidelijk moeten aangeven welke gevelbeplating nog voor welke toepassing mag worden gebruikt, zeker in hoogbouw. Isolatiematerialen die niet in Brandklasse A vallen, zouden moeten worden getest in de praktijk, en waar nodig als brandklasse worden opgesplitst.

Labels