Roofs 2018-06-61 De daken van toen

column dakenman van het jaar 2017

Het winnen van een award. Dat had ik nooit voor mogelijk gehouden. Ik ben er best wel trots op en had het zeker niet verwacht, toen ik samen met een aantal bekende vrouwen en mannen uit de dakenbranche genomineerd werd voor de verkiezing van de Dakenman of -vrouw van het Jaar 2017.

Nu ik het gewonnen heb, staat er wel wat tegenover, ­namelijk dat er van mij gevraagd wordt om in de komende 10 uitgaven van Roofs een column te schrijven. Best een leuke uitdaging. Temeer omdat ik nu zelfstandige ben en dus niet meer werkzaam ben voor een werkgever. Natuurlijk zal ik me gedragen, maar ik ben me ervan bewust meer vrijheid van spreken te hebben.

Het is wellicht goed om eens technisch zo’n 42 jaar terug te blikken. Ik ben mijn ‘dakencarrière’ in 1976 bij Cekadak in Maassluis begonnen. Cekadak was de dakdekkerspoot van Cindu Key en Kramer. Het grote verschil tussen Cindu en Key en Kramer was dat Cindu producten maakte op basis van teer/mastiek en Key en Kramer op basis van asfaltbitumen. Maar toen beide bedrijven begin jaren ’70 samengingen, werd gekozen voor asfaltbitumen voor op de daken. De Cindu had genoeg mogelijkheden om van teer en mastiek andere producten te maken, zoals harsen en pek-electroden voor de bauxiet- en aluminium­industrie. Cindu had toen een langlopend ­contract om teer/mastiek van de toenmalige Hoogovens af te nemen.

In de jaren ‘60 werd er omgeschakeld naar aardgas. De gasfabrieken bij de grote steden werden gesloten. Daardoor werd de productie van teermastiek verminderd en de beschikbaarheid daarvan stopte.

Maar toen ik begon, was er nog voldoende mastiek voor­handen om er mastiekdaken mee te maken. En dat werd dan ook nog voldoende gedaan. Het was nog niet ver­boden, hoewel men toen al wist welke milieubelastingen (zeer hoog PAK-gehalte) er waren. Men had echter toen best goede ervaringen met deze daken. Zolang de ondergrond maar niet geïsoleerd was en voldoende stabiel. En het juiste onderlaagpapier werd toegepast en er een kwak grind op werd gelegd. Zelfs afschot was niet nodig (liever niet!!). Dat deze daken 80 à 100 jaar meegingen was geen uitzondering!

Echter, de energiecrisis in ’73 bracht een ommekeer teweeg. Steeds meer daken werden geïsoleerd volgens het warmdak-­principe en daar ging het in combinatie met mastiek (laag verwekingspunt) verkeerd. Het mastiek kon z’n warmte niet meer kwijt, met enorme smeerlekkages als gevolg. Begin jaren ’80 werd de toepassing om milieutechnische redenen verboden en kwam er een eind aan de verwerking van mastiek op daken.

Maar daarmee was het milieuprobleem nog niet opgelost. We hadden gedurende een lange periode veel platte daken voorzien van mastiek. Hoeveel precies weten we niet, maar het zullen vele tientallen miljoenen m2 zijn geweest. In de loop van de tijd, nadat de mastiek werd verboden en er onderhoud aan deze ‘oude mastiekdaken’ moest worden gepleegd, ontstond een ander probleem. De oude mastiekdaken slopen en afvoeren was toen geen optie. We ­hadden geen oplossing voor het opwerken van de mastiek en het was duur. Dus was de oplossing: laten liggen en er een nieuw bitumineus dak overheen aanbrengen.

Het ging fout doordat op de bestaande mastiekbedekking een toplaag te werd gebrand of gegoten. Hiermee was de bitumineuze toplaag ook chemisch afval geworden! Een ‘betere’ (??) oplossing was het bestaande mastiekdak eerst bij te isoleren, voordat een nieuw dakbedekkingssysteem werd aangebracht. Het oude mastiekdak kreeg daardoor een nieuwe functie in de vorm van een damp­remmende laag en het werd in de zomer niet zo warm meer, waardoor smeerlekkages werden uitgesloten. Zoals bekend kon het grove grind niet allemaal van de mastiek­bedekking worden gehaald. Deels was het grind in de ­mastiekbedekking gezakt en kon het niet voldoende ­verwijderd worden.

Op deze ‘ongelijke’ ondergrond kon je niet stabiel genoeg isolatieplaten leggen. De oplossing was om de isolatieplaat aan de onderzijde te voorzien van een extra zachte laag, die gemakkelijk over het resterende grind te drukken was. Hierdoor kwam de isolatie toch stabiel te liggen als ondergrond voor het nieuwe dakbedekkingssysteem. Op deze wijze zijn vele daken onderhouden en voorzien van een nieuw dak.

Het vervelende is dat deze wijze van onderhoud plegen op bestaande mastiekdaken thans nog regelmatig wordt gedaan, terwijl we nu veel beter weten hoe erg het negatieve effect is van PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen) op ons milieu!! Daarnaast zijn er nu mogelijkheden om deze mastiekdaken op te werken of te vernietigen. Hier kom ik later op terug.

Mijn pleidooi is dan ook: wanneer je een bestaand ­mastiekdak moet onderhouden of renoveren, haal het oude mastiek dak er af, laat het vooral niet liggen. Natuurlijk zijn er kosten aan verbonden, maar laten we dit milieuprobleem nu oplossen en niet doorschuiven naar de volgende generatie.

Bram Kranenburg

Labels