Roofs 2018-05-20 "Het dak functioneert alleen in de context van het hele gebouw"

Dakenman van het Jaar 2017

Op 23 maart jl. werd Bram Kranenburg uitgeroepen tot Dakenman van het Jaar 2017 in de categorie platte daken. Roofs interviewde hem naar aanleiding hiervan. “Ik zie het een beetje als een oeuvreprijs en die erkenning is natuurlijk heel leuk.”

Onder de genomineerden bevond zich een aantal zwaar­gewichten, vond Kranenburg. De nominatie alleen al vond hij daarom al heel mooi. Dat hij de prijs zou winnen, had hij dan ook niet verwacht. “Ik stond wel even te kijken toen mijn naam op het scherm verscheen. Eind vorig jaar ben ik officieel met pensioen gegaan, ik kreeg een mooi afscheid van Icopal in het NBC in Nieuwegein. Maar ik ben nog met zo veel dingen bezig en ik heb er nog zo veel plezier in, dat ik onder de naam Dak Advies Kranenburg nog steeds actief ben in de markt. Deze bekroning is ook in dat opzicht een mooie opsteker.”

Op het dak geleerd

Kranenburg werd in 1976 actief in de dakenbranche. “In ver­band met mijn dienstplicht was ik uitgenodigd voor een aantal oriëntatiedagen voor een officiersopleiding, maar veel méér dan de hele dag gevulde koeken eten deden we daar niet. Ik heb daarom een alternatieve dienstplicht vervuld: met mijn vrouw, een operatieverpleegkundige, ben ik naar Kenia gegaan om daar namens de SNV vrijwilligerswerk te doen. Een heel rijke ervaring: ik heb daar vooral geleerd te relativeren en dat is iets wat mijn hele leven van pas is gekomen. Na tweeëneenhalf jaar in Kenia hebben we een Landrover gekocht en zijn we o.a. via India teruggereden naar ­Nederland. De familie van mijn vrouw woonde in Maassluis en onze terugreis had wat aandacht in de lokale pers gekregen. Toen we in Nederland aankwamen, was er een flatje in Maassluis voor ons beschikbaar. In datzelfde Maassluis bevond zich het hoofdkantoor van fabrikant Key en Kramer (dat later achtereenvolgens opging in Esha en Icopal). Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en gesolliciteerd. In september 1976 ben ik aan de slag gegaan bij Cekadak, de dakdekkerspoot van Key en Kramer.”

“Ik heb het vak op het dak geleerd. Mijn interesse ging vooral uit naar de techniek: hoe is de rol goed te verwerken, hoe maak je de detailleringen op de juiste manier? Naar mijn mening moet een dakbedekking zodanig zijn geproduceerd, dat de kans op applicatiefouten minimaal is. Daar zijn al mijn latere activiteiten op gericht geweest. Ik kreeg al snel de dakdekkersvakschool van Cekadak onder mijn hoede. In de loop der jaren heb ik zitting genomen in de meest uiteenlopende technische commissies. De Vakrichtlijn, waar momenteel nog steeds mee wordt gewerkt, wortelt in de verwerkingsrichtlijnen die we bij Cekadak hadden opgesteld.”

Bitumenprofessor

Tijdens de prijsuitreiking werd Kranenburg door zijn voorganger als Dakenman van het Jaar, Erik Steegman, de ‘bitumenprofessor’ genoemd. “Dat is natuurlijk vleiend,” zegt hij. “Al heb ik me in de loop der jaren ook heel intensief bezig gehouden met andere dakbedekkingsmaterialen: PVC, FPO, EPDM, etc. Het klopt wel: ik werd het al snel beu om met klanten te praten over het verschil tussen een APP en een SBS. Op een gegeven moment zaten onze relaties óns te vertellen wat dat verschil was! We zijn ons daarom gaan concentreren op andere items en daarbij heb ik het altijd belangrijk gevonden om ‘out of the box’ te denken. Daar zijn belangrijke innovaties uit voortgekomen. Denk bijvoorbeeld aan de Universal, een eenlaags bitumineus systeem op basis van POCB.”

“Een belangrijke richtlijn in mijn activiteiten is de gedachte dat een dak altijd moet functioneren in het geheel. Een goed product is niet zaligmakend: een goede applicatie, waarbij met name de aansluitingen goed zijn verzorgd, is van vitaal belang. Maar denk ook aan de invloed van de ondergrond. Daar zijn geen standaard oplossingen voor, omdat de praktijk vaak weerbarstig is en er specifiek voor de betreffende situatie een oplossing moet worden gezocht. Het vereist vakmanschap om ervoor te zorgen dat het geen kwestie van improviseren wordt, maar dat men tot een zekere oplossing komt. Het is de taak van de fabrikant om de dakdekker zo veel mogelijk te ondersteunen: de dakdekker wordt nog te vaak aan zijn lot overgelaten.”

Diverse ontwikkelingen dragen hieraan bij. “Denk alleen al aan de mogelijkheden die een gepre­fabriceerd EPDM ­membraan biedt, waarbij alle details al vooraf gevulkaniseerd kunnen worden uitgevoerd. Of neem een initiatief als het TotaalDakConcept, waarin diverse A-leveranciers zich hebben verenigd om te komen tot een volledige, integraal ontwikkelde, dakopbouw.”

Bitumenrecycling

Met de oprichting van een eigen adviesbureau stelt ­Kranenburg zichzelf naar eigen zeggen in staat zijn hobby uit te blijven oefenen. “Sommige mensen hebben een boot waar ze na hun pensionering al hun tijd in steken. Het dak is mijn passie. Ik denk dat het alleen maar gezond is om me daarmee bezig te houden. Het moet ook niet te veel op ­werken gaan lijken. Ik kies in mijn opdrachten de krenten uit de pap en ik heb ook geen zin meer in de stress van een meer dan gevulde werkweek. Mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen verdienen ook aandacht en bovendien houd ik ook erg van reizen.”

Eén van de items waar Kranenburg zich mee bezig zal houden is bitumenrecycling. Ondanks alle initiatieven en inspanningen is dat nog steeds een onderwerp dat maar moeizaam van de grond komt. Kranenburg snapt ook wel waarom. “Het moet op alle onderdelen kloppen: sloop, afvoer, inzameling, hergebruik. Het business model klopt nog niet.” Verder is Kranenburg aan het kijken of er mogelijkheden zijn in het ontwikkelen van concepten waarbij het gebrek aan ‘handjes op het dak’ opgelost kan worden, met name voor het bedekken van grote daken. “Er is genoeg te doen en zolang mijn gezondheid het toestaat zal ik dat met heel veel plezier blijven doen.”

Als Dakenman van het Jaar 2017 zal Bram Kranenburg maandelijks een column in Roofs verzorgen, waarin hij de diverse items verder zal uitdiepen. De eerste aflevering vindt u in het juninummer.

Labels