Roofs 2018-05-03 Domme opmerkingen

Column

Als aansprakelijkheidsjurist moet ik over een redelijk koel­bloedige opstelling beschikken: emoties winnen zelden zaken. Het verwijt dat ik dan soms krijg (‘jee, wat een koude kikker, heeft dat mens geen zenuwen’) neem ik dan maar voor lief. Maar soms lees je zoiets doms en dan kun je het gewoon niet helpen: je ontploft zowat. Dat had ik laatst ook bij het lezen van dit artikel in het AD met als titel: ­‘Asbestbranche houdt iedereen voor de gek’.

Wat is het geval? In dit krantenartikel worden vele stellingen geponeerd ten aanzien van de asbestsector, die ook op de dakensector van toepassing kunnen zijn. Bijvoorbeeld dat asbestverwijdering zo duur is. “Het systeem is zo ingericht dat kleine risico’s ontzettend veel geld kosten”, zegt hoogleraar Ira Helsloot. Er worden voorbeelden aangevoerd waarom het zo duur is: de wettelijke vereisten van een containment, witte pakken en maskers, douches. Regels die van de ene dag op de andere veranderen en tot verhoogde kosten dwingen. “Het kan wel met minder ‘toeters en bellen’”, zegt directeur Leushuis van woningcorporatie Talis verontwaardigd. Of moet ik quasi-verontwaardigd schrijven? Want ik hoop dat hij diep in zijn hart beter weet, terwijl hij uitlegt hoeveel geld hij kan besparen als het qua veiligheid voor anderen allemaal wat minder mag zijn.

Wat ik kwalijk vind, is het gebrek aan aandacht voor het feit dat asbestsaneerders iedere dag en de hele dag worden blootgesteld aan een potentieel dodelijk risico. Ook al betreft het mogelijk een klein risico, zelfs dan stapelt de kans op verwezenlijking daarvan zich op indien het risico zich maar vaak genoeg voordoet. Dat heb je nou net als het jouw dagelijks werk betreft. Dit aspect dwingt extra veiligheidsmaatregelen af, niet minder. Zulk gevaarlijk werk dwingt ook respect af.

Verplaats dit beeld eens naar de dakensector. Dan denk ik aan dakdekkers, die ook dagelijks ernstige risico’s lopen – bijvoorbeeld om van of door een dak te vallen – zij het met meer onmiddellijk evidente gevolgen. Het gemak waarmee zij aan hun arbeidsrisico’s wennen, verplicht hun werkgevers om daarmee rekening te houden. Daar zijn die ‘toeters en bellen’ voor. Dat zijn de garanties dat de werknemer op het eind van de werkdag weer gezond en heelhuids naar huis gaat. En ook met respect wordt bejegend, maar soms is dat ver te zoeken.

Er zijn opdrachtgevers die rustig zeggen: “Joh, doe niet zo flauw over de regels, dit is toch een simpel klusje? Dat hoef je maar één keertje op dit adres te doen. Daarvoor heb je dat veiligheidsharnas niet nodig, dat jaagt mij alleen maar op kosten.” Dit noem ik de ‘zo kan het toch ook’ smoes en gelooft u mij: de meeste arbeidsongevallen worden door deze gemakzuchtige woorden voorafgegaan. Soms verzucht ik dat ik een bordje op mijn bureau moet plaatsen: Valt gelijk ook door mijn dak binnen, gij die vond dat het ‘zo ook wel kon’ met minder toeters en bellen.

Zo ook het verwijt dat de regels ‘van de ene dag op de andere’ veranderen. Die nemen wij maar met een flinke snuf zout, want als er iets een lange aanloop in Nederland heeft, dan is het wel het aanpassen van de regels. Ook als een branche daar zelf om vraagt. Waarom zou je de ondernemers die trage Haagse molen kwalijk nemen en hen zelfs verwijten dat zij de boel voor de gek houden, in plaats van de wetgever en de overheidsinstanties die de wetten maken en het tempo daarvan bepalen?

Het gebrek aan realistisch inzicht in het AD-artikel zie ik ook ten aanzien van de vele regels in de dakensector, waarvan je je afvraagt: beseft de wetgever wel hoe onpraktisch dat is? Slechte regels worden ‘verbeterd’ door er meer slechte regels tegenaan te gooien. Daar is niemand bij gebaat, zeker niet degenen die voor hun veiligheid van die regels afhankelijk zijn. In dat licht ben ik nog steeds verbaasd over de starre houding van de Inspectie SZW, die het gebruik van hijskranen met werkbakken nog steeds wil beperken omdat er ongelukken mee gebeuren. De Inspectie SZW ziet daarom liever dat saneerders en dakwerkers op een krakkemikkig oud dak gaan staan met voorzienbaar nog méér risico’s.

Opmerkelijk was de klacht in het krantenartikel dat er zo weinig innovatie is, zo weinig slimme, nieuwe werkwijzen. Daarbij werd gerept over partijen die commercieel belang hebben bij strengere normen en regels; en over bedrijven die iedereen voor de gek houden. Alsof commerciële partijen innovatie willen tegenhouden wanneer er wat te verdienen valt.

Er zijn bedrijven genoeg, óók in de dakensector, die wél innova­tief willen werken. De werkdruk om miljoenen vierkante meters asbestdaken voor de deadline van 2024 te verwijderen, brengt iedere ondernemer met een sprankje initiatief wel op ideeën. Maar voordat deze bedrijven toestemming krijgen van de overheid om hun innovatieve methodes in de praktijk te brengen, moeten zij eerst zo ontzettend veel proeven doen, bewijzen leveren, kosten maken, geduld hebben… Wanneer je ziet hoe een goedbedoelende conculega met innovatieplannen zwalkt in het papierwerk en geen meter vooruit komt, dan bedenk je je wel als ondernemer. De overheid wil innovatie in de dakenbranche bevorderen om de deadline van 2024 te halen; maar zij drukt die innovatie gelijktijdig zo de kop in. Ondertussen wordt het tijdvak tot 2024 steeds kleiner en daarmee ook de periode waarin de baten van innovaties inzake de asbestdakkwestie kunnen worden verdiend. Dan bedenk je je letterlijk nog een tweede keer.

Echt, ondernemer zijn in Nederland is niet gemakkelijk.
Maar wij kunnen het best af zonder domme opmerkingen.

Yvonne Waterman

Labels