Roofs 2017-11-34 Fiscale aspecten van een bedrijfsauto

Special Bestelauto’s

Voor veel bedrijven is de bestelauto essentieel is voor de bedrijfsvoering. Daarom is het van belang even stil te staan bij de fiscale aspecten van een ­bedrijfsauto. In dit artikel een kort overzicht, aan de hand van de brochure Auto en fiscus in 2017, een uitgave onder redactie van de Vereniging van ­Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA).

Na de dip als gevolg van de Kredietcrisis vertoont de verkoop van bedrijfswagens (bestelauto’s tot 3500 kg) al enkele jaren een duidelijk stijgende lijn. Voorlopig geldt het jaar 2016, met de verkoop van 70.472 bestelauto’s, als het hoogtepunt, maar de kans is groot dat dit aantal in 2017 zal worden overtroffen. De aantrekkende bouw is een belangrijke factor in deze ontwikkeling.

Bijtelling

Zelfstandige ondernemers hebben, binnen de grenzen van de redelijkheid, de keuze om de auto die zij kopen of leasen, te beschouwen als ondernemingsvermogen of als een privéauto. Als de auto nagenoeg geheel (d.w.z. 90% of meer) zakelijk wordt gebruikt, zal deze tot het ondernemingsvermogen moeten worden gerekend. Als de ondernemer de auto echter nagenoeg geheel privé gebruikt, dan is het verplicht deze tot het privévermogen te rekenen. In alle overige gevallen mag hij kiezen of hij de auto tot het ondernemingsvermogen rekent of het privévermogen.

Een auto van de zaak is een auto die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld. Dit kan een auto zijn die eigendom is van de werkgever of een lease-auto. Als een auto eigendom is van de werknemer en de werkgever vergoedt alle kosten in verband met een dergelijke auto, spreken we eveneens van een auto van de zaak. Bij privégebruik heeft de werknemer te maken met een fiscale bijtelling, die tot doel heeft het voordeel te belasten dat de werknemer heeft door het gebruik van de auto van de zaak voor privédoeleinden. De hoogte van het percentage bijtelling is afhankelijk van de absolute CO2-uitstoot in grammen per kilometer.

Een auto van de zaak wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij kan ­worden aangetoond dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Een werknemer kan hiertoe een ‘Verklaring geen privé­gebruik’ aanvragen bij de Belastingdienst en een rittenregi­stratie bijhouden. Woon-werkkilometers worden als zakelijke kilometers gezien.

Overigens is er een aantal uitzonderingen op de bijtellingsgregeling. Bestelauto’s die (nagenoeg) uitsluitend bestemd zijn voor goederenvervoer worden bijvoorbeeld uitgesloten van de forfaitaire bijtelling, alsook bestelauto’s die op de zaak achterblijven en bestelauto’s waarvan de werkgever privé­gebruik in een schriftelijke overeenkomst heeft verboden.

De bijtellingspercentages zijn formeel een minimum. In de situatie dat de waarde van het werkelijke privégebruik hoger is dan de bijtelling, moet deze werkelijke waarde bij het ­inkomen worden opgeteld.

Aspecten voor de werkgever

De werkgever moet loonbelasting inhouden op het privé­voordeel van een aan een werknemer ter beschikking gestelde auto van de zaak, tenzij er sprake is van de hierboven vermelde uitzonderingen. Dit geldt overigens ook voor per­sonenauto’s. De bijtelling telt mee voor de loonbelasting, maar ook voor de premieheffing. Effectief raakt de premieheffing volgens inschattingen van het ministerie van Financiën zo’n 30% van de auto’s van de zaak. De berijders van de ­overige 70% zitten ook zonder de bijtelling reeds boven het maximale loon waarover premies moeten worden afgedragen. De bijtelling voor de auto van de zaak is wettelijk uitgesloten van pensioenopbouw.

Een werkgever die ondernemer is voor de BTW, trekt in beginsel alle BTW die hem in rekening wordt gebracht af, voor zover deze kosten betrekking hebben op BTW-belaste zakelijke prestaties van de ondernemer. Die laatste voor­waarde verklaart waarom BTW-vrijgestelde ondernemers geen aftrek van de BTW hebben. Ook brengt die voorwaarde met zich mee dat de BTW op bijvoorbeeld via een mobiliteitskaart berekende reiskosten voor privédoeleinden niet aftrekbaar is. Ook voor de BTW op de auto’s die aan werknemers in gebruik worden gegeven, geldt de hoofdregel dat de BTW op zakelijke kosten aftrekbaar is. De BTW op kosten die aan privégebruik zijn toe te rekenen, is echter niet aftrekbaar.

Als een werknemer met een auto van de zaak zakelijke kilometers aflegt, is feitelijk sprake van ‘vervoer vanwege de werkgever’ en komen deze kilometers dus niet in aanmerking voor de belastingvrije kilometervergoeding. Als deze werknemer echter besluit ook andere collega’s in de auto van de zaak te vervoeren (carpool), komen zijn collega’s hier wel voor in aanmerking. Dat geldt niet als de werkgever organiseert dat die werknemers meereizen, ook dan is sprake van ‘vervoer vanwege de werkgever’.

Overige regelingen

Daarnaast kan nog een aantal andere regelingen interessant zijn:

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Investeringsaftrek is een extra aftrekpost die een ondernemer krijgt, indien hij per jaar meer dan €2.300 in bedrijfsmiddelen investeert. Het moet dan gaan om investeringen door de ondernemer zelf.

Milieu-investeringsaftrek

Voor een volledig elektrische auto en sommige plug-in ­hybride benzineauto’s is de zogenaamde milieu-investeringsaftrek (MIA) mogelijk, als aan de voorwaarden van de productomschrijving op de Milieulijst wordt voldaan.

Versnelde afschrijving

Op sommige soorten investeringen mag door ondernemers afwijkend van het normale, lineaire afschrijvingsverloop worden afgeschreven. Dat geldt bijvoorbeeld voor milieu-investeringen. Op de Milieulijst 2017 staat bijvoorbeeld de elektrische bestelauto. De lijst wordt jaarlijks aangepast. Raadpleeg dan ook voorafgaand aan de investering de actuele lijst.

Labels