Roofs 2017-03-24 Waar dient de Zonnekeur certificaathouder aan te voldoen?

Special solar

In Roofs januari 2017 werd aandacht besteed aan het Zonnekeur voor installateurs van zonne-energie. In dit vervolgartikel wordt nader ingegaan op de technische eisen die aan het keurmerk ten grondslag liggen. Waaraan dient een bedrijf dat het keurmerk wil voeren te voldoen?

In het vorige artikel zagen we dat het Zonnekeur Installateur is ontwikkeld voor bedrijven die zonne-energie systemen ontwerpen, monteren en beheren. Een bedrijf kan het Zonnekeur Installateur aanvragen als het o.a. minimaal een medewerker in dienst heeft (voltijd of deeltijd) in een leidinggevende of coördinerende functie die vakbekwaam is op het gebied van zonnestroom en/of zonnewarmte. Deze ‘technisch beheerder’ draagt zorg voor de inzet van vakbekwaam personeel bij de deelactiviteiten en controleert het uitgevoerde werk. Voor alle deelactiviteiten moet voor dat doel gekwalificeerd personeel worden ingezet.

Vakbekwaamheid

De technisch beheerder kan de Cito-examens Zonne-energie behalen en de praktijkdiploma’s waarmee het bedrijf door middel van een KvINL-erkenning haar vakbekwaamheid kan aantonen. Het is ook mogelijk dat de benodigde diploma’s verdeeld aanwezig zijn binnen het personeelsbestand.

Een bedrijf toont haar vaardigheid met de KvINL-erkenning. De technisch beheerder kan zijn vaardigheden op twee manieren aantonen, namelijk door middel van diploma’s, en door middel van het EVC-traject. De diploma’s voor respectievelijk zonnestroom en zonnewarmte bestaan uit een theoriegedeelte (ontwerp) en een praktijkgedeelte (installeren en bouwkundige montage). Erkenning Verworven Competenties (EVC) is de route waarbij de technisch beheerder in plaats van de vereiste diploma’s de vaardigheden kan aantonen.

Met deze diploma’s wordt de KvINL-erkenning Zonne-energie aangevraagd bij KvINL. Deze erkenning op het gebied van zonnewarmte of zonnestroom is nodig om het Zonnekeur Installateur aan te vragen.

Administratie

Het BRL Procescertificaat installateurs zonne-energiesystemen is ontwikkeld in het kader van het Masterplan Zonne-energie en wordt beheerd door de Stichting Duurzame Energie Prestatie Keur (DEPK). Volgens de BRL dient de houder van het Zonnekeur certificaat een administratie te voeren waarin de volgende zaken worden bijgehouden:

  • Een rubricering per werken volgens het zogenaamde ­Model Kwaliteitsbeheersing Klimaatinstallaties (MKK);
  • Een administratie van de resultaten van elke fase van het proces zoals beschreven in het MKK;
  • Een specificatie van alle relevante gegevens van de ­geleverde materialen en deelonderzoeken;
  • Een specificatie van het personeel dat is ingezet voor het werk;
  • Een registratie van klachten.

Elke twee jaar wordt de certificaathouder namens de ­Stichting DEPK gecontroleerd. Dit behelst zowel een admi­ni­stratieve controle als de controle van een installatie. Doorgaans zal in het ene jaar een administratieve controle plaatsvinden en in het daarop volgende jaar vindt dan de inspectie plaats. De certificaathouder kan vijf projecten aandragen, waarna één van deze projecten zal worden gecontroleerd. Op de locatie wordt dan nagegaan of de levering compleet is en de installatie werkzaam is.

Toekomst

Het certificaat wordt gezien als een eerste stap in het borgen van de kwaliteit van de installatiebedrijven die zonne-energie aanbrengen. De Stichting DEPK geeft aan dat het certificaat zich in de komende jaren verder zal ontwikkelen zodat gelijke tred zal worden gehouden met de marktontwikkelingen en het draagvlak binnen de branche zal worden vergroot. Op basis van de opgedane ervaringen zal de BRL worden aangepast.

Het ligt dan ook voor de hand dat op termijn de eisen zullen worden aangescherpt. Denk daarbij aan de aansluiting die zal worden gezocht met de Europese ontwikkelingen op dit gebied, waaronder de Richtlijn Hernieuwbare Energie. Het toezichtregime zal stapsgewijs worden verzwaard. Tevens zal worden gewerkt aan een garantiefonds in het geval van garantieafspraken aan een niet meer bestaand bedrijf.

Labels